déjà vu


De wanhopige, economische situatie in combinatie met de grote winst van de  Democraten in de verkiezingen zorgde ervoor dat de democratische president uitzonderlijke invloed had over het Amerikaanse Congres.  Gedurende de eerste maanden van zijn regering kwam de President met een noodwet. (De Noodwet voor het Bankwezen) Deze wet was voornamelijk bedoeld om  de grotere banken ervoor te behoeden failliet te gaan. De overheidsschuld werd in deze periode verhoogd om enorme steunmaatregelen voor de Amerikaanse economie mogelijk te maken. We schrijven 1932 en de nieuwe president is Franklin Delano Roosevelt

De slogan waarmee Roosevelt de verkiezingen wist te winnen was “a new deal for the American People” Verandering waar veel Amerikanen op dat moment na de grote beurscrash en de ontevredenheid veel behoefte aan hadden. Change we can believe in,  yes we can!

Vier jaar later was het de publicatie van John Maynard Keynes “The General Theory of Employment, Interest and Money” die zo’n indruk maakte dat alle voorgaande economische denkers, inclusief aanhangers van de toen overheersende Oostenrijkse School, langzaam vergeten werden. De publicatie omschreef de Keynesiaanse theorie, waarmee Keynes de grondlegger zou worden van het naar hem vernoemde Keynesianisme (ook wel anticyclische begrotingspolitiek genoemd). Zijn boek wordt sinds de jaren ’50 als de grondslag van de hedendaagse macro-economie gezien. Het is deze theorie die in Nederland maar ook in het buitenland in het onderwijs wordt toegepast. De voorloper van deze theorie doet tegenwoordig bij  nog maar weinig gediplomeerde economen een belletje rinkelen.

Tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bleven overheidssaneringen voortduren, tot een bepaald moment, waar men uiteindelijk toch koos voor een Keynesiaanse oplossing voor de depressie en begon aan een reusachtige ‘deficit spending’, zoals Keynes het voorzag. Hierop kwamen heel wat klassieke economen in het verzet.

Sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw heeft de Keynesiaanse theorie steeds meer aan populariteit ingeboet en is er een nieuwe interesse in de Oostenrijkse School. Steeds meer economen zien dat met deze methode het mogelijk is om ingewikkelde fenomenen zoals de productie-structuur (Böhm-Bawerk), inflatie en economische crisissen (Ludwig von Mises) en de rol van kennis, onzekerheid en ondernemerschap (Hayek, Kirzner) te verklaren. In het bijzonder heeft de Oostenrijkse School baanbrekend werk geleverd in twee domeinen, namelijk de theorie van het geld, het krediet en de economische crisissen en anderzijds de theorie over de werking van een vrije markt en de onmogelijkheid van een planeconomie.

Een van de grootste namen uit de Oostenrijkse School is Murray N. Rothbard (1926-1995) hij doctoreerde op een proefschrift over de economische crisis van 1819, dat gepubliceerd werd in 1962. In hetzelfde jaar publiceerde Rothbard ook één van de belangrijkste werken uit de geschiedenis van de Oostenrijkse School: het omvangrijke “Man, Economy and State – A Treatise on Economic Principles”. In dit werk omschrijft en verklaart hij de wet van vraag en aanbod, de structuur van kapitaal, het ontstaan van geld en vele andere onderwerpen uit de economische theorie. Typerend voor “Man, Economy and State” is dat alle onderwerpen samengebonden worden door rigoureuze redeneringen en een onverbiddelijke logica.  Amper één jaar later verschijnt “America’s Great Depression”, een analyse van de Grote Depressie. Rothbard geeft aan hoe kredietexpansie, aangespoord door de Amerikaanse centrale bank, verantwoordelijk was voor een grootschalige ‘boom’ (de zogenaamde ‘roaring twenties’) en de daaropvolgende crash.

Volgens veel economen die de Oostenrijkse School hebben herontdekt is de ernstige economische crisis van nu, het gevolg van kunstmatige kredietexpansie. Dit houdt in dat banken meer leningen toekennen dan er eigenlijk spaargeld in de economie is. Hierdoor ontstaat er een tijdelijke boom. De investeringsbeslissingen tijdens deze groeifase zijn echter onhoudbaar, omdat ze gebaseerd zijn op verkeerde verwachtingen over de economie. Onvermijdelijk komt het ogenblik waarop de werkelijkheid terugslaat: het keerpunt waarop er een kredietcontractie plaatsvindt en tal van projecten plots onrendabel blijken te zijn. Het waren deze economen die al in de jaren 90 waarschuwde voor een mogelijke herhaling van de jaren 30. Echt serieus nam men ze niet, het waren doemdenkers die niks van de moderne  financiële markt snapten.

De huidige strategie van Obama wordt door economen van de Oostenrijkse School met veel argusogen bekeken. De steunmaatregelen met geleend en nieuw gecreëerd geld zou niet de oplossing zijn. Sterker nog,  net als in de jaren 30 zou overheidshandelen de crisis alleen nog maar vergroten en een diepe recessie maken tot een depressie.

Vandaag 18 juni 2009 maakt Obama bekend met de grootste financiële hervormingen te komen sinds  de jaren 30. De hervormingen moeten de overheid meer grip geven op de financiële markten En net als Roosevelt 77 jaar geleden legt ook  Obama deze bevoegdheid neer bij de FED, de centrale bank van Amerika. Het is alsof een draaideur crimineel nog meer bevoegdheden krijgt om de criminaliteit op te lossen.  Een echte déjà vu en één die totaal niks met “change” te maken heeft.

Change, No we don’t.

bankhervorming

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: