Column Rob Wijnberg – Kredietcrisis


Vodpod videos no longer available.

Als regeren vooruitzien is, dan is het kabinet-Balkenende de afgelopen twee jaar wel tien keer gevallen. Toen begin 2008 de recessie in Amerika al in volle gang was, zei minister Bos nog opgewekt: (fragment). En toen, in september, de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers omviel, vergeleek premier Balkenende ons land nog maar eens met een stevig schip.

Twee weken later viel de Fortis Bank bijna om.
Nu is het achteraf natuurlijk gemakkelijk praten. Balkenende en Bos waren zeker niet de enige die de economische crisis niet zagen aankomen. Zelfs toen Lehman Brothers omviel, spraken de meeste economen nog van een uitzondering. Maar kwam deze crisis echt totaal onverwacht? Ja, wel als je ervan uitgaat dat ze toevallig werd veroorzaakt door een paar graaiende bankiers en inhalige beurshandelaren, die op eigen houtje risico’s namen waarvan de gevolgen niet waren te voorzien. Maar in werkelijkheid lag de oorzaak van de crisis veel dieper, namelijk in een falende economische filosofie die ons de afgelopen dertig jaar in haar greep heeft gehad.

De oorsprong daarvan ligt in een verkeerde interpretatie van de vrijemarkttheorie van de econoom Adam Smith. In zijn boek The Wealth of Nations stelde Smith namelijk dat, binnen de grenzen van een gedeelde moraal, het nastreven van eigenbelang de samenleving als geheel ten goede zou komen. Daarom pleitte hij voor een economie gebaseerd op de vrije markt: als iedereen vrij was om aan zelfverrijking te doen, zou ook de totale koek steeds groter worden. Of, zoals Smiths tijdgenoot Mandeville het zei: persoonlijke zonden produceren gemeenschappelijke voordelen.
Dat principe werd, in de jaren 80 van de vorige eeuw, door de Amerikaanse president Reagan en de Britse premier Thatcher, tot politiek dogma verheven. En Nederland volgde daarin, onder leiding van premier Lubbers, en later premier Kok, al snel. In een razend tempo werd de publieke sector ‘geliberaliseerd’ en ‘vermarkt’. De overheid stootte bijna al haar functies af, waaronder het openbaar vervoer, de energielevering, de ziekenzorg, de telecom en de sociale zekerheid, in de hoop dat de vrije markt deze diensten efficiënter en goedkoper zou maken. Het gevolg was, in eerste instantie, een periode van ongekende economische groei.

Maar, anders dan Adam Smith had bedoeld, werd zo ook de publieke moraal door de overheid afgestoten. Dat wil zeggen: de staat veranderde van een controlerende regelgever in een machteloos toeschouwer: zij had niets meer te zeggen over de ‘vrije markt’. Zo kon een systeem ontstaan waarin niet langer burgers en hun vertegenwoordigers, maar corporaties, multinationals en financiële instellingen de bestuurlijke macht in handen kregen. Bedrijven waren verworden tot op zichzelf staande rechtspersonen, waarmee managers zich konden ontdoen van hun wettelijke aansprakelijkheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid. En banken werden, zoals dat heet, ‘te groot om te falen’. De overheid had zichzelf, kortom, buitenspel gezet. Ze kon niets doen aan de scheefgroei in welvaart, de enorme bonussen of de fictieve winsten die achter de AEX schuil bleken te gaan.

De enorme economische groei verbloemde lange tijd deze problemen. Verblind door winstcijfers, stijgende beurskoersen en goedkope leningen, werden de gevolgen, voor het klimaat, het milieu én de economie zelf, uit het oog verloren. De winst van vandaag was belangrijker dan de duurzaamheid van morgen. Er werden te grote huize betrokken, te dure auto’s gereden en financiële producten verkocht waarvan niemand het risico dekte. Want beleggers eisten iedere drie maanden een hogere winst en de overheid was, net als de kiezer, vooral geïnteresseerd in koopkrachtplaatjes.

Dat dit systeem geen stand kon houden omdat ze uiteindelijk uit haar voegen zou barsten, voorzagen onze leiders misschien niet, maar Adam Smith dus wel. Hij zei immers niet voor niets dat het streven naar eigenbelang alleen houdbaar zou zijn binnen de grenzen van een gedeelde moraal, met de staat als scheidsrechter. In die zin is het dan ook niet zo erg geweest dat in 2008 onverwacht de crisis uitbrak. Want daardoor heeft het kabinet nu de mogelijkheid gekregen om over te stappen op het duurzame soort kapitalisme dat de bedenker oorspronkelijk voor ogen had.
Soms betekent regeren dus ook even terugkijken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: